Concert 29 maart 2009
Dorien
Schouten (links) en
Kim Stockx (rechts)
Dorien Schouten – orgel
Kim Stockx – blokfluit en dulciaan
PROGRAMMA
1. orgel
Estampie Hans Koolmees geb. 1959
2. blokfluit en orgel
twee sonates Giovanni Paolo Cima ca.1570-1622
3. dulciaan en orgel
Fantasia Basso solo Bartolomeo de Selma y Salaverde ca. 1605 – ca. 1650
4. blokfluit en orgel
Sonate in g (orig. Es) Johann Sebastian Bach 1685 –1750
5. orgel
Suite du deuxième ton Louis-Nicolas Clérambault 1676-1749
6. blokfluit en orgel
Prélude in g ` ` Jacques Martin Hotteterre 1674-1761
7 orgel
Parallel / Non parallel Maria Alejandra Castro Espejo geb. 1978
Toelichting:
Hans Koolmees (Abcoude, 27 oktober 1959)
Estampie van Koolmees is gebaseerd op een middeleeuwse dans. Deze dans, geschreven in Frankrijk in de 14e eeuw, is het oudste stuk dat is teruggevonden voor orgel. Koolmees heeft een verrassende draai gegeven aan de middeleeuws klinkende parallelle kwinten.
Giovani Paolo Cima (Italië, c. 1570 - Italië, c. 1622)
Cima was een Italiaanse componist en organist uit de vroege barok. Hij kwam uit een muzikale familie en was een erg invloedrijk persoon in Milaan.
De twee sonates die u zult horen zijn geschreven in 1610. Ze zijn oorspronkelijk gecomponeerd voor cornetto en viool, maar waarschijnlijk ook veel uitgevoerd op andere instrumenten.
Bartolomeo De Selma E Salaverde (Spanje, c.1580 - Oostenrijk, c.1640)
Na zijn muzikale opleiding, verhuisd De Selma naar Innsbruck, waar hij van 1628 tot 1630 fagottist is van ´The Chapel of the Archiduke Leoplod´. Later verblijft hij een aantal jaren in Venetië en werkt aan verschillende prinselijke hoven.
Zijn enige bekende werken zijn gebundeld in het boek ´Primo Libro, Canzoni Fantasie et Correnti da suonar a 1, 2, 3, 4 voci con Basso Continuo´, gepubliceerd in 1638 in Venetië. Hieruit krijgt u de vijfde fantasie voor Dulciaan en Basso Continuo te horen.
Johann Sebastian Bach (Eisenach, 21 maart 1685 - Leipzig, 28 juli 1750)
Bach was een Duits organist, componist, klavecinist, violist, muziekpedagoog en dirigent van barokmuziek. Hij wordt algemeen gezien als een van de grootste en invloedrijkste componisten uit de gehele geschiedenis van de klassieke muziek en geldt voor velen als geniaal.
De sonate (Adagio ma non tanto - Allegro - Andante - Allegro) die u zult horen is origineel een fluit sonate, maar werd en wordt nog steeds vaak uitgevoerd op de blokfluit.
Louis-Nicolas Clérambault (Parijs, 19 december 1676 - Parijs, 26 oktober 1749)
Clérambault's Suite de deuxième ton bestaat uit meerdere delen, te beginnen met het Plein Jeu, een soort prelude. De namen van de delen zijn tevens registratie-aanwijzingen. Zo is het Plein Jeu een plenum zonder tongwerken. Dan volgen een Duo en een Trio. Nomen est omen. De Basse de Cromorne is het vierde deel; hierin heeft de bas de melodie, deze wordt gespeeld met een kromhoorn, of ander tongwerk, de rest is begeleiding. Het volgende deel, Flûtes, heeft een ingetogen karakter en wordt met fluiten gespeeld, afwisselend op 1 en 2 klavieren. Dan volgt het Récit de Nazard, waarvan sommigen de melodie wel zullen kennen: Frits Mehrtens heeft hierop een gezang uit het Liedboek voor de Kerken gebaseerd. De Suite wordt afgesloten met een Caprice sur les grands jeux, wat wil zeggen dat alle registers worden opengetrokken; letterlijk. Dit wordt gespeeld met plenum en tongwerken. Zo kun je in één stuk de verschillende geluiden van het orgel goed horen.
Jacques Hotteterre ´Le Romain´ (Parijs, 29 september 1674 - Parijs, 16 juli 1763)
Monsieur Hotteterre was een Frans componist en fluitist.
Hotteterre stamt uit een familie van musici en instrumentenbouwers, die haar geld verdiende in de Grande Écurie du Roi, een instituut die musici de rang van officier verschafte. Zijn boek (opus 1, 1707) over het bespelen van traverso, blokfluit en barokhobo is een standaardwerk voor de authentieke uitvoeringspraktijk. De traverso (flûte d'allemagne) was toen juist in de mode gekomen.
Deze prelude in g-klein komt uit het boek L'Art de préluder sur la flûte traversière, sur la flûte à bec, sur le hautbois et autres instruments de dessus geschreven in 1719.
Maria Alejandra Castro Espejo (Peru/Nederland 1978)
Het laatste stuk, Parallel/Non parallel van M.A. Castro Espejo, is net als het eerste stuk van dit programma van de hand van een moderne componist. In tegenstelling tot de Estampie is dit niet gebaseerd op iets ouds, maar een echt modern stuk. Toch is het wel toegankelijk.
Je zou het stuk in drieen kunnen verdelen. Het eerste deel begint manualiter, alleen met de handen. Deze spelen steeds terugkerende figuren, die heel subtiel veranderen, dat gaat eigenlijk de hele tijd door. Op een gegeven moment komt het pedaal eronder, met lange melodische lijnen, die uit de verte klinken. Aan het eind van deel 1 sterft het pedaal weer weg en komen de handen steeds meer samen tot ook zij wegsterven. Deel 2 lijkt qua structuur veel op deel 1, alleen is het pedaal veel meer op de voorgrond aanwezig. In de loop van dit deel komen er steeds meer scheuren in de eeuwige figuren van de handen, het wordt fragmentarischer, tot op een gegeven moment de linkerhand en rechterhand zich scheiden en hun eigen thema spelen, met de bas nu weer als bas. Aan het eind van deel 2 is er weer een fade-out. Het laatste deel is heel anders van karakter; langzame lijnen van homofone akkoorden. Na alle activiteit in de vorige 2 delen, is dit een breekbaar einde, met veel vrijheid voor de organist.